Eindelijk kwam Discutafel eraan toe om de Hortus Botanicus Amsterdam te bezoeken. Hoewel niet groot, een bezoek waard, mede door de fijne informatie op de bordjes. Lees verder voor enkele leuke weetjes en foto’s.
De oorsprong van de Hortus Botanicus Amsterdam is gelijksoortig aan die van veel andere botanische tuinen in de westerse wereld. Ga de diverse Discureportages maar na: de eerste functie was vaak die van een medicinale tuin: de hortus medicus.
Geneeskracht
We spreken over het jaar 1638, oprichtingsjaar van de Hortus Botanicus Amsterdam. De pest had sinds de 14de eeuw al veel slachtoffers gemaakt. Men zocht o.a. heil in de geneeskrachtige werking van planten. Nu nog kan je in de Hortus een stukje zien van de collectie van enkele jaren na de oprichting.
In die tijd waren artsen eigenlijk halve tuinders. Ze moesten weten welke blaadjes je beter maakten, en waar je juist koorts van kreeg.


Prefect Snippendaal
De eerste prefect (directeur/opzichter) van de Hortus Botanicus Amsterdam was Johannes Snippendaal (1616-1670). Hij trad enkele jaren na de oprichting aan, toen de tuin nog aan de Reguliershof lag. Ongeveer 40 jaar later zouden de planten verhuizen naar de huidige locatie in de Plantagebuurt.
Verwoed plantenverzamelaar
Snippendaal was een verwoed plantenverzamelaar en wist de collectie al snel fors uit te breiden. Daar zaten trouwens ook sierplanten en bomen bij. De eerste catalogus van de Amsterdamse collectie staat op zijn naam. De enige twee overgebleven exemplaren daarvan bevinden zich in het buitenland.
Hollandse klassieke tuinstijl
In de Snippendaaltuin zie je een ontwerp volgens de Hollandse klassieke stijl van het begin. In die tijd bestond de wetenschappelijke benaming van planten nog niet; Snippendaal gebruikte beschrijvende namen. Die staan op bordjes bij sommige planten vermeld, leuk!
In de volgende eeuwen kwamen steeds meer exoten de Hortus binnen, vaak vervoerd op schepen van de VOC.

Zaadkoepel
Opvallend is het pand aan de rand van de Hortus, bekend als de ‘Zaadkoepel´. Dit dateert uit 1683, het jaar dat de Hortus zich op deze plek vestigde.
We zien een klein gebouwtje met een achtzijdige lichtkoepel. Dit was van oorsprong een 17de-eeuws speelhuis voor het stadsbestuur, dat eigenaar was van de tuin. Later fungeerde het als theehuis voor het bestuur van de Hortus!
In 1877 werd het gebouwtje verbouwd en ingericht als bewaarplaats voor de zaden die in de tuin werden geoogst. Intussen heeft het deze functie verloren.
Planten met een verhaal
De oudste boom hier is een boomhazelaar (Corylus colurna). Dit exemplaar (zie foto) is geplant in 1795. De soort komt onder meer voor in Turkije en de Balkan. Sinds de 16de eeuw werd de boomhazelaar naar West-Europa gehaald om er tuinen mee te verfraaien.
De Wollemia (Wollemia nobilis) heeft een bijzondere geschiedenis. In 1994 werden hiervan bij toeval de laatste exemplaren ontdekt, ergens in Australië. Toen volgde een kweekprogramma, en de Hortus Botanicus Amsterdam ontving een exemplaar.
Je podcaster kwam de boom niet alleen in Amsterdam tegen, maar ook in onder meer Bristol. Luister maar naar onze Engelse aflevering 195, opgenomen in de botanische tuin daar.
Hetzelfde geldt trouwens voor een model van de reeds lang uitgestorven Cooksonia: hier in Amsterdam te zien in het zogenoemde Kaslokaal, opgezet voor educatieve activiteiten, en ook in Bristol.




Vijver en duinperk
De oudst bekende plattegrond waarop de grote vijver zichtbaar is, stamt uit 1898. Van de oorspronkelijke collectie water- en moerasplanten is weinig bekend. Nu zie je er inheemse planten.
Om de vijver ligt nu een duinperk, aangelegd met Hollands duinzand, dat van nature veel biotopen heeft. Dus ook hier staan allerlei verschillende planten. Het is een pioniersvegetatie. Deze planten, zoals bijvoorbeeld tijm, kunnen behoorlijke temperatuurverschillen aan.

Discutafel bezocht de Hortus Botanicus Amsterdam in maart 2025. Helaas was de klimatenkas toen gesloten wegens verbouwing.
Hyperlinks
Over de ‘zaadkoepel´:


