Vogeltrek: wat kan jij ermee in de stad?

120602 Stedelijk landschap
Foto: stad.

De zomer loopt ten einde. Heb je het al gemerkt aan de vogels?  Ze bereiden zich voor op de vogeltrek. Stel, je woont in de stad. Wat kan jij nu met dat natuurfenomeen hoog boven je tuin of balkon?

In de lucht verschijnen groepen grauwe ganzen in een kenmerkende V-vorm. Of je ziet de verbazingwekkende groepsvluchten van spreeuwen. In de stad mis je ineens het gekrijs van de gierzwaluwen. Allemaal signalen van vogeltrek. OK. Sommige soorten blijven hier overwinteren, anderen vertrekken. Hoe zit dat, en wat kan jij doen om ze te helpen?

Waarom seizoenstrek?

Het kost nogal wat energie om als vogeltje van 11 gram naar Zuid-Afrika te vliegen. Ook ganzen moeten een grote prestatie leveren bij de trek. Daar moeten dus grote voordelen tegenover staan. En die zijn er, vooral in de vorm van voedsel.
Insectenvangers zoals tjiftjaffen en zwartkopjes trekken daarom naar het zuiden. Eerst  ‘vetten ze op’. Vaak verzamelen zij zich in groepen. Ze wachten gunstig weer af om de reis te beginnen.

Luister naar contactroepjes van groepen ganzen die zich op een warme augustusavond bij een rivierarm hebben verzameld:

Vogeltrek speelt zich niet alleen boven je stadswijk af, maar misschien ook wel in je eigen tuin of buurt. Waar kan je op letten om het deze reizigers naar de zin te maken?

Help de zomervogels

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, en voor sommigen is die zomer hier nog kort ook. Als eerste gaat de gierzwaluw, die vogel met zijn kenmerkende schreeuw en zijn sikkelvormige vleugels.
Het beestje pakt al eind juli zijn biezen! Jaarlijks kijk ik verlangend naar hem uit, zo eind april. Maar hij verrast me telkens als hij zijn koffers pakt wanneer ik nog in korte broek uitgebloeide bloemen verwijder en nieuwe slaplantjes neerzet.

Net als de koekoek en de zwarte roodstaart is de gierzwaluw bij ons in Nederland een zomervogel: hier worden de jongen grootgebracht. Daarna vertrekt hij weer.

Insecten

Hoe kan je deze insecteneters helpen bij de voorbereiding van hun reis? Door je tuinontwerp en beplanting insectenvriendelijk te maken. Discutafel geeft je hiervoor geregeld ontwerp- en beplantingstips, zoals in aflevering 5 van onze podcast en in diverse blogs. Misschien zie je kans met je gemeente in gesprek te gaan over insectenvriendelijke beplanting van de plantsoenen in jouw buurt.


Help de standvogels

Veel koolmezen en pimpelmezen zijn blijvertjes ofwel standvogels. Deze broedvogels kan je het hele jaar door hier waarnemen. Zij vertonen geen (of nauwelijks) trekgedrag. Andere voorbeelden van standvogels zijn ekster, merel en huismus.

Pinda’s en fruit

Terwijl mezen in het broedseizoen vooral rupsen en andere insecten eten, zijn ze in staat om tegen het najaar om te schakelen naar vruchten en zaden. In die lijfjes is dan een forse verbouwing nodig om dat voedsel te verwerken! Doordat zij dit kunnen, hoeven ze niet te trekken. Ze weten je tuin of balkon vast wel te vinden als je de voedertafel voorziet van pinda’s, zaden en fruit, en vetstaven.
Balkonbezitters kunnen of willen trouwens niet altijd de vogels voeren vanwege mogelijke hinder voor hun buren. Soms zijn daar zelfs huisregels voor; dat is per flat verschillend. Gooi in ieder geval nooit brood e.d. over het balkon. Dat trekt ratten aan.

Het is ook fijn wanneer je kans ziet in je beplanting rekening te houden met de behoefte van vogels om te schuilen. Tip: naaldbomen! En wist je dat sommige kleinere vogels ’s winters ook wel slapen in nestkastjes? Maak deze kastjes dus in het najaar goed schoon.

Help de wintergasten

In jouw vogelvriendelijke tuin is gelukkig dus ook straks in de winter voldoende te beleven. Misschien zie je ineens een koperwiek in je bessenstruik, of scharrelend tussen de bladeren. Dit is een bekende wintergast. Dat is een vogel die doorgaans in noordelijker streken broedt en bij ons overwintert.

Bessen

De koperwiek lijkt op een zanglijster, maar heeft een opvallende rood-oranje vlek bij de vleugels. Je helpt hem een handje door het afgevallen blad in je tuin te laten liggen, want daar verschuilen insecten zich tussen. En plant eens een bessenstruik aan, zoals hulst, cotoneaster of meidoorn. Of vraag de gemeente om bessenstruiken op te nemen in het beplantingsplan in jouw wijk. Zo’n struik is ook nog eens een goede plek om te schuilen of uit te rusten van de reis, zeker wanneer de bladeren of takken prikkelig zijn.

De meeste zangvogels trekken ’s nachts. Als je in de nazomer nog even op je balkon zit of door de tuin loopt, en het is al donker, dan hoor je soms piepjes ver boven je hoofd. Je ziet ze niet, maar het zijn waarschijnlijk overtrekkende koperwieken.

Twijfelgevallen

En spreeuwen en roodborsten dan? Zij bezoeken jaarrond je tuin of balkon. Dan denk je: dat zijn dus standvogels. Maar … het zijn grotendeels andere individuen! De exemplaren die in Nederland broeden, verhuizen in het najaar naar het zuiden. Soortgenoten uit noordelijker streken nemen dan tijdelijk hun plaats in. Eigenlijk zijn die individuen dus wintergasten.
In je tuin komen spreeuwen af op stukjes brood en pinda’s. De roodborst vindt een broodkorstje ook prima, maar is verder gek op aardappelen en vet.

Deel dit bericht:

Auteur: Ivonne Smit